Auditory Brain Stimulation of Audio Psycho Fonologie

Tomatis Luistertherapie toegelicht door Prof. De Voigt

I. De achtergronden

Prof. Dr. Martien de Voigt – Centrum voor Luistertherapie – Gorinchem (convenanthouder VBAG)

Dit artikel is gepubliceerd in het Vakblad voor de Natuurgeneeskundige jrg.3, 2006, nr.3

Wat is luistertherapie?

Luistertherapie is een innovatieve methode die het neurologische en fysiologische systeem traint door middel van speciaal gefilterde muziek en de eigen stem of de moederstem. Deze muziek wordt zowel via de oren als via de schedel (met behulp van een vibrator) aangeboden. Daarbij worden specifieke intensiteitsverschillen en vertragingen toegepast om het gehoor- en zenuwstelsel optimaal te stimuleren.

Een behandeling bestaat uit meerdere sessies van telkens een half uur. Deze sessies worden gegeven in blokken van 5 tot 14 dagen, met ongeveer een maand pauze tussen de blokken. Afhankelijk van de ernst van de klachten duurt de therapie gemiddeld minimaal 3 maanden (één groot en twee kleinere blokken bij minder ernstige klachten).

Waar helpt luistertherapie bij?

De luistertherapie is een bewezen effectieve methode bij de behandeling van:

  • Gehoorproblemen en duizeligheid

  • ADHD en concentratiestoornissen

  • Autisme en communicatieproblemen

  • Dyslexie en leerproblemen

  • Gedragsproblemen en psychische klachten

Bij al deze aandoeningen speelt het centraal zenuwstelsel een cruciale rol. Het oor fungeert hierbij als de belangrijkste toegangspoort.

De APF luistertherapie en de Tomatis methode

De APF luistertherapie combineert het luisteren (Audio) en het reproduceren van klanken (Fonologie). Dit proces zorgt niet alleen voor betere hersen- en gehoorfuncties, maar leidt ook tot positieve psychische veranderingen die klachten aanzienlijk kunnen verminderen.

De methode is gebaseerd op het baanbrekende werk van de Parijse KNO-arts Prof. Alfred Tomatis, die ontdekte dat muziek en klanken een unieke invloed hebben op het brein, de stem en het gedrag.

Hoe het begon

De ontdekking van Tomatis

In 1947 kreeg de Franse KNO-arts Alfred Tomatis van de Franse regering de opdracht om onderzoek te doen naar de relatie tussen lawaai en gehoorbeschadiging bij luchtmachtpersoneel. Dit onderzoek combineerde hij met zijn interesse in zangproblemen, een wereld die hem niet vreemd was: zijn vader was namelijk een bekende operazanger.

Tomatis ontdekte al vroeg een belangrijke link tussen gehoor en stem. Als arts zocht hij naar een verklaring voor het fenomeen vals zingen en behandelde met succes vele wereldberoemde zangers, waaronder Maria Callas en Luciano Pavarotti. Ook analyseerde hij de gehoorproblemen van de legendarische tenor Enrico Caruso.

Het geheim achter zijn ontdekking

Wat Tomatis vaststelde, was revolutionair: zangers konden zichzelf als het ware “doof” zingen. Door een verstoorde terugkoppeling verdwenen bepaalde frequenties (toonhoogten) uit het gehoor, en daarmee ook uit de stem.

Deze bevinding trok hij door naar luchtmachtpersoneel, waar hij vooral een psychische afsluiting voor geluid waarnam.

De oplossing: het herstellen van frequenties

Tomatis ontwikkelde een methode om de gevoeligheid voor verloren frequenties in het gehoor te verbeteren. Zodra die frequenties terugkeerden, kwamen ze ook weer in de stem terug. Dit leidde tot duidelijke verbeteringen in zowel zang- als gehoorproblemen.

Om dit mogelijk te maken ontwierp hij het beroemde “Elektronisch Oor”: een apparaat waarmee frequenties, intensiteiten en vertragingen ingesteld konden worden. Daarbij hield hij rekening met zowel luchtgeleiding als botgeleiding, wat zijn behandelingen bijzonder effectief maakte.

Dankzij dit pionierswerk werd Tomatis een autoriteit op het gebied van gehoor, stem en neurologische stimulatie, en legde hij de basis voor de luistertherapie zoals we die vandaag kennen.

Tomatis formuleerde 4 hoofdstellingen:

1. Men spreekt zoals men hoort.

2. De APF therapie kan de niet goed waargenomen tonen (frequenties) corrigeren, waardoor deze ook weer in de stem hoorbaar worden, mits er geen medisch onherstelbare defecten zijn.

3. Langdurige en specifieke akoestische stimulatie leidt tot blijvende verbetering van het gehoor en tengevolge daarvan een beter functioneren van de stem, de communicatie, en in het algemeen van de houding en gedrag.

4. De mens kenmerkt zich door zijn verticaliteit en de taal.

Het ontstaan van communicatie volgens Tomatis

Uit zijn verdere studies ontdekte Prof. Alfred Tomatis dat de basis van ons functioneren en communiceren al in de baarmoeder wordt gelegd. Rond de vierde maand is het gehoororgaan namelijk volledig ontwikkeld. Op dat moment zijn de zenuwbanen in het gehoor al volledig gemyeliniseerd (omgeven door een beschermende vetlaag), terwijl de rest van het zenuwstelsel daar nog zo’n twintig jaar over doet.

Omdat de foetus met het hoofd in het bekken ligt, werkt de schedel samen met de wervelkolom als een klankkast. Daardoor bereiken vooral de hoge tonen van de moederstem het kind en bevorderen die de vroege ontwikkeling. Volgens Tomatis is dit de eerste en meest fundamentele vorm van communicatie, die bepalend is voor de verdere groei van het kind.

Van binnenwereld naar buitenwereld

Tomatis beschreef de ontwikkeling van mens tot volwassene als een overgang:

  • Van de moeder (de geborgen binnenwereld en het brabbelen)

  • Naar de vader (de sociale buitenwereld en taal)

De luistertherapie versnelt dit proces door blokkades en trauma’s op te heffen. Dit gebeurt via wat Tomatis “het ware luisteren” noemde. Hierbij wordt het vestibulum (het evenwichtsorgaan) geactiveerd, waardoor de cochlea (het slakkenhuis) de juiste toondiscriminatie kan uitvoeren. Dit leidt tot een betere taalontwikkeling, communicatie en een sterker lichaamsbewustzijn.

De normale ontwikkeling volgens Tomatis

Tomatis koppelde luisterontwikkeling aan duidelijke groeifasen:

  • 6 maanden: het kind slaat visuele beelden op (vooral van de vader).

  • 1 – 3 jaar: de taalontwikkeling start.

  • 6 jaar: het gehoor opent zich voor toonhoogteverschillen.

  • 10 jaar: omslag van links- naar rechtsdominant oor.

  • 20 jaar: het brein is volledig ontwikkeld.

Omdat het centrale zenuwstelsel in deze periode extra gevoelig is voor stimulatie, kan luistertherapie een bijzonder positief effect hebben – ook bij kinderen met een vertraagde of verstoorde ontwikkeling.

Moederstem en hoge frequenties

Tomatis deed bijzondere waarnemingen bij zangvogels: wanneer eieren werden uitgebroed door niet-zangers, konden de jongen zelf ook niet zingen. Werden ze uitgebroed door een ander type zanger, dan namen ze juist die zang over. Zijn conclusie: we kunnen alleen in de stem reproduceren wat het gehoor kan waarnemen.

Daarom richtte Tomatis zijn therapie op de training van het gehoororgaan. Hij ontdekte dat vooral de hoge frequenties boven 8000 Hz, via botgeleiding, een krachtig stimulerend effect hebben. In zijn therapieën gebruikte hij naast muziek van Mozart en Gregoriaanse gezangen ook de stem van de moeder, gefilterd op hoge frequenties. Dit werkte als een terugkeer naar de allereerste ontwikkelingsfase – een herbeleving van de veilige binnenwereld – om van daaruit de stap naar de buitenwereld beter te kunnen maken.

Toepassingen en effecten

De methode van Tomatis werd aanvankelijk ingezet bij zang- en stemproblemen, maar bleek al snel effectief bij:

  • Kinderen met leer- en gedragsproblemen

  • Communicatie- en concentratiestoornissen

  • Slaap- en eetproblemen

  • Stress en psychische klachten

Tomatis noemde het gehoor de “accu van onze hersenen” – het gehoor slaapt nooit. EEG-metingen toonden aan dat vooral hoge tonen leiden tot grotere corticale activiteit in de hersenen.

Zijn conclusie: veel leer-, communicatie- en gedragsproblemen zijn in essentie luisterproblemen.

Dankzij zijn baanbrekend onderzoek legde Tomatis de basis voor de moderne luistertherapie of Auditory Brain Stimulation, die vandaag nog steeds wordt toegepast bij een breed scala aan problemen.

Hoe het werkt

De werking van luistertherapie

De luistertherapie stimuleert en activeert het volledige neurologische systeem. Daarbij ligt de nadruk op het gehoororgaan, het centrale zenuwstelsel en de samenwerking tussen de twee hersenhelften.

Luisteren is volgens Tomatis veel meer dan horen alleen: het is een actieve koppeling tussen onze binnenwereld en de buitenwereld, vooral via de taal. Onze luisterkwaliteit weerspiegelt daarom onze psychische gesteldheid, ons zelfbeeld en de manier waarop we met de wereld in contact treden. Luisteren beïnvloedt dus direct ons totale functioneren in de sociale omgeving.

Het effect van verschillende frequenties

Uit de waarnemingen van Tomatis blijkt dat verschillende frequentiegebieden een specifiek effect hebben:

  • Lage tonen: werken lichamelijk ontspannend, maar kunnen bij langdurige en intense blootstelling (zoals in discotheken) ook vertragend en zelfs verslavend zijn.

  • Middentonen (1000–3000 Hz): dit is het spraakgebied. Het zorgt voor levendigheid en bevordert communicatie.

  • Hoge tonen: stimuleren alertheid, levensvreugde, creativiteit en spiritualiteit.

Hieruit blijkt dat luistertherapie een positief effect heeft op het totale functioneren, zowel psychisch als lichamelijk. Tomatis vatte dit samen met de uitspraak: “Men geneest door wakker te worden.”

Van afsluiting naar openheid

Luistertherapie helpt mensen die opgesloten leven in hun eigen binnenwereld om zich te openen en te communiceren. Hun communicatiemechanismen worden opnieuw geactiveerd.

Tegelijkertijd leren mensen die juist overmatig druk of rusteloos zijn, hun energie beter te beheersen. Daardoor verbeteren hun functioneren, concentratie en balans aanzienlijk.

Verbetering van leer- en cognitieve functies

Door het activeren van zenuwbanen en het herstellen van de energiestroom, verbetert luistertherapie onder meer:

  • Concentratie

  • Auditief en visueel geheugen

  • Analytische vaardigheden

  • Ruimtelijk inzicht

  • Motorische coördinatie

  • Taal- en communicatievaardigheden

Veel van deze factoren kunnen gemeten worden met de WISC-test. Dyslexie wordt vaak vastgesteld wanneer meerdere van deze factoren negatief scoren, waardoor het lees- en schrijfniveau achterblijft bij het intelligentieniveau.

Interessant is dat conventionele remedial teaching meestal alleen het performale IQ (ruimtelijk en praktisch denken) verhoogt, maar niet het verbale IQ. Luistertherapie daarentegen kan het verbale IQ met 10 tot 20 punten verbeteren – een effect dat uniek is gebleken.

Daarmee is luistertherapie een krachtig hulpmiddel voor zowel leerproblemen en dyslexie als voor het verbeteren van concentratie, communicatie en algemeen welzijn.

Leerproblemen zoals dyslexie

Luistertherapie en dyslexie: het inzicht van Tomatis

Psychische afsluiting en leerproblemen

Kinderen kunnen zich psychisch afsluiten door verschillende oorzaken, bijvoorbeeld stoornissen in de persoonlijkheidsontwikkeling. Uit recent neurologisch onderzoek blijkt dat een gestoorde auditieve activiteit in de linkerhersenhelft een belangrijke rol speelt bij leer- en gedragsproblemen.

Bij APF-diagnostiek worden vaak afwijkingen zichtbaar in de gehoorcurven, zoals uitval bij bepaalde frequenties of verschillen tussen luchtgeleiding en botgeleiding.

De therapie richt zich daarom op het aanleren van luisteren als actieve vaardigheid. Horen is passief; luisteren daarentegen verbindt ons hele lichaam – als klankkast – met de oren als antennes. Daarbij is een juiste lichaamshouding essentieel.

De rol van het rechteroor

Een belangrijk onderdeel van de therapie is het opnieuw opbouwen van luisterkwaliteit. Hierbij wordt de dominantie van het rechteroor gestimuleerd. Dit oor fungeert als “analyserend oor” voor een juiste geluidsverwerking, terwijl het linkeroor een meer controlerende rol heeft.

Wanneer kinderen psychisch “afgesloten” zijn, horen ze wel, maar luisteren ze niet. Hierdoor raakt het bewuste proces geblokkeerd, wat leidt tot leer- en concentratieproblemen. Door het herstellen van ontbrekende frequenties kan deze afsluiting worden opgeheven, waardoor zowel leer- als concentratieproblemen verminderen.

Geluid en psychosomatische werking

Geluid heeft altijd een psychosomatische uitwerking. Het opheffen van luisterblokkades leidt vaak tot verbetering van:

  • Motoriek en ruimtelijke coördinatie

  • Communicatie en taalgevoel

  • Concentratie en leervermogen

  • Algemeen functioneren

Dyslexie en lateraliteit

Met zijn theorie over cerebrale dominantie wierp Tomatis een nieuw licht op het begrip lateraliteit (links/rechts-dominantie). Onderzoek toont aan dat:

  • Dyslexie, leerproblemen en concentratiestoornissen vaak samengaan met linkse auditieve dominantie of een gebrek aan dominantie.

  • Rechtse auditieve dominantie juist sterk correleert met alertheid, concentratievermogen en een betere klankkwaliteit van de stem.

Dyslexie: de relatie tussen oog en oor

Volgens Tomatis is lezen een coördinatieproces tussen oog en oor: het koppelen van een grafisch beeld aan een auditief beeld, waarbij het oor leidend is.

Voor goed lezen moeten woordbeeld en klank gelijktijdig samenvallen. Wanneer dit niet lukt, ontstaan fouten:

  • Bij kleine frequentieverschuivingen kunnen letters niet goed onderscheiden worden (zoals p en b of t en d).

  • Bij een snellere auditieve verwerking dan visuele verwerking slaat het kind lettergrepen over.

  • Bij een tragere auditieve verwerking wordt het oog gedwongen te vertragen, wat leidt tot verwisseling of omkering van lettergrepen.

De rol van neurologische integratoren

Bij taalontwikkelingsstoornissen en dyslexie spelen defecten in verschillende neurologische systemen een rol:

  • Vestibulaire integrator: regelt evenwicht, houding, motoriek van spieren, oogspieren en strottenhoofd. Dit beïnvloedt direct de kwaliteit van schrijven, lezen en spreken.

  • Cochleaire integrator: maakt onderscheid tussen toonhoogten.

  • Vestibulo-cochleaire integrator: combineert evenwicht en gehoor en heeft een grote invloed op de taalontwikkeling.

  • Visuele integrator: koppelt symbolen aan klanken en ondersteunt lezen.

De samenwerking tussen deze integratoren bepaalt in hoge mate de taal- en communicatievaardigheden.

Wetenschappelijke onderbouwing

Tomatis benadrukte dat veel van zijn inzichten vragen om wetenschappelijke validatie. In vervolgonderzoek wordt daarom aandacht besteed aan:

  • De fysiologische eigenschappen van het oor en de verwerking van geluidssignalen

  • Neurologische aspecten van het luisteren

  • De principes en uitvoering van de therapie

  • Onafhankelijk neurologisch hersenonderzoek naar de effectiviteit van de methode

Zo wordt duidelijk dat luistertherapie volgens de Tomatis methode een unieke benadering biedt bij dyslexie, leerproblemen en concentratiestoornissen – met het oor als sleutel tot betere communicatie, taal en leerontwikkeling.

II. Geluid en de fysiologie  of neurologie van het oor

Enkele elementaire begrippen van geluid

Geluid, volume en toonhoogte

Geluid verplaatst zich als een golf doordat trillingen van het ene molecuul op het andere worden overgedragen. De geluidssterkte drukken we uit in decibel (dB), een logaritmische schaal die telkens met een factor tien toeneemt.

  • 0 dB: het zachtst hoorbare geluid

  • 10 dB: 10 keer sterker

  • 20 dB: 100 keer sterker

  • 30 dB: 1000 keer sterker

  • 120 dB: de pijngrens, duizend miljard keer sterker dan 0 dB

Dit toont het enorme bereik van ons gehoor.

De toonhoogte wordt gemeten in Hertz (Hz): het aantal trillingen per seconde. Lage tonen liggen rond de 100 Hz, terwijl hoge tonen tot ongeveer 8000 Hz reiken.

Fysiologie van het oor

Hoe werkt het oor?

Het middenoor versterkt geluid met ongeveer 33 dB, waardoor we zelfs zeer zachte geluiden kunnen waarnemen. Tegelijk beschermt het ook tegen plotselinge harde geluiden.

Het binnenoor bestaat uit:

  • Het vestibulum en de drie booggangen (evenwichtsorgaan)

  • De cochlea of het slakkenhuis (gehoororgaan)

Omdat dit geheel in bot is ingebed, speelt ook botgeleiding een grote rol bij het luisteren. Zo horen we onze eigen stem vooral via botgeleiding (verbinding met de binnenwereld), terwijl luchtgeleiding via de oren ons in contact brengt met de buitenwereld.

Geluidsoverdracht in het oor

De gehoorbeentjes in het middenoor – hamer, aambeeld en stijgbeugel – verbinden het trommelvlies met het ovale venster van de cochlea. Twee kleine spiertjes houden deze beentjes gespannen en regelen zo de gevoeligheid.

De cochlea is gevuld met vloeistof en bevat op het basilair membraan het orgaan van Corti met gevoelige haarcellen. Deze haarcellen hebben trilharen die bij beweging een elektrochemisch proces opwekken, waarna elektrische signalen via de gehoorzenuw naar de hersenstam worden gestuurd.

Ook in het vestibulum en de booggangen bevinden zich haarcellen, die reageren op hoofdbewegingen en zo signalen doorgeven aan de evenwichtszenuw.

Hoe onderscheiden we toonhoogten?

De cochlea bestaat uit drie compartimenten die gevuld zijn met vloeistof. Geluidsgolven verplaatsen zich langs het basilair membraan:

  • Hoge tonen resoneren bij de basis (smal en stijf gedeelte)

  • Lage tonen resoneren bij de apex (breder en soepeler gedeelte)

Zo worden verschillende toonhoogten nauwkeurig onderscheiden. De speciale gevoeligheid van het basilair membraan – vooral voor hoge tonen – verklaart mede waarom juist hoge frequenties zo effectief zijn in de luistertherapie.

Enkele neurologische aspecten van het oor

Het oor en de zenuwen: meer dan alleen horen

Het centrale zenuwstelsel telt 12 paren hersenzenuwen. Voor het luisteren en ons functioneren zijn vooral drie zenuwen belangrijk:

  • Nervus vestibulo-cochlearis (8e paar): de gehoor- en evenwichtszenuw, die zowel het luisteren als onze lichaamscoördinatie beïnvloedt.

  • Nervus vagus (10e paar): de zogeheten dwalende zenuw, verbonden met het trommelvlies, middenoor, strottenhoofd en tal van organen. Ze speelt een sleutelrol in het parasympathisch zenuwstelsel en reguleert vitale functies zoals hartslag, ademhaling en emotioneel evenwicht.

  • Gehoor-gerelateerde zenuwen zoals de gezichtszenuw (7e) en trigeminus (5e), die respectievelijk het spiertje van de stijgbeugel en de hamer aansturen. Dit verklaart de nauwe relatie tussen gezichtsexpressie en luisteren.

Een goed gespannen trommelvlies – gestimuleerd door hoge tonen in de Tomatis therapie – ondersteunt de juiste verwerking van geluid en stem en draagt zo bij aan welbevinden.

Links-rechts asymmetrie

De zenuwen die horen en spreken aansturen zijn niet volledig symmetrisch. Zo loopt de terugkerende tak van de nervus vagus links een langere weg dan rechts. Ook in het gehoor bestaat een asymmetrie:

  • Het rechteroor is rechtstreeks verbonden met de linkerhersenhelft, waar het spraakcentrum zit.

  • Het linkeroor moet een langere, minder efficiënte route volgen, wat een minieme tijdsvertraging en verlies van hoge frequenties veroorzaakt.

Dit verschil kan leiden tot taalontwikkelingsstoornissen, leerproblemen en concentratieproblemen. De Tomatis methode richt zich daarom op het versterken van de rechteroor-dominantie, om zo de koppeling tussen horen en spreken te verbeteren.

Het oor als regisseur van lichaam en geest

Het oor is niet alleen een gehoororgaan, maar beïnvloedt:

  • houding en evenwicht

  • spraak en communicatie

  • organen en vegetatieve functies

  • emoties en gedrag

Daarom kan auditieve training leiden tot verbeteringen in leren, concentratie, motoriek en algemeen functioneren.

. De praktijk en validatie

Dit artikel is gepubliceerd in het Vakblad voor de Natuurgeneeskundige jrg.3, 2006, nr.4

Diagnostiek; Het Audio-Psycho-Fonologisch  onderzoek

In deel I zijn de achtergronden van deze therapie belicht. In een centrum voor Luistertherapie begint men met een Audio-Psycho-Fonologisch onderzoek, kortweg Luistertest genaamd. Deze test is een cruciaal onderdeel van de therapie omdat het voor een ervaren consultant een blauwdruk levert van de psychische en fysieke toestand van de patiënt. Men stelt vast welke geluiden de oren minimaal waarnemen en hoe. Er wordt ook gemeten bij welke frequenties er gehoord wordt. Bij de test wordt de inwerking van het geluid op 2 manieren gemeten n.l. door luchtgeleiding (koptelefoon op het oor) en door botgeleiding (vibrator achter het oor op het rotsbeen). Deze testen worden tijdens de therapie herhaald. De test is analoog aan een audiogram en wordt met een audiolaterometer uitgevoerd. Het wordt echter niet als audiogram gebruikt omdat de interpretatie ook psychische componenten bevat. Hierbij is de luchtgeleiding synoniem met het functioneren naar de buitenwereld en de botgeleiding naar onze binnenwereld. Bovendien geeft het rechter oor o.a. informatie over het rationele functioneren en het linker oor over de emotionele beleving, vanwege de verschillende functies van de twee hemisferen. Met een audiolaterometer (geijkt volgens de Tomatis voorschriften) wordt een gehoorcurve van het linker en rechter oor gemeten.

Een ideale curve staat in figuur 4 afgebeeld. Het communicatiegebied be­strijkt de mid­den­frequenties van 1000 tot 3000 Hz.  van de geluidscurve. Hier be­reikt het ideale oor ook zijn maxi­male gevoeligheid. De curve, zoals hier is afgebeeld, geeft dus direct de luistergevoeligheid weer over het gehele toonhoogte gebied.

De gehoordrempel wordt bij ver­schil­lende frequenties bepaald van laag tot hoog geluidsvolume voor de luchtgeleiding van 125 tot 8000 Hz en voor de botgeleiding van 250 tot 4000 Hz.. Hierbij onderscheiden we drie gebieden; de lage tonen tot 1000 Hz,  de middentonen 1000 – 3000 Hz en de hoge tonen boven de 3000 Hz.

De se­lec­tiviteit is een maat voor de gevoeligheid waarmee men kleine toonhoogteverschillen kan onderscheiden. Deze wordt bepaald door over het hele frequentiege­bied het ver­schil in naburige toon­hoogten te testen voor het linker en rechter oor.

De lateralisatie wordt gemeten door de oordominantie links t.o.v. rechts te me­ten m.b.v. geluid van de eigen stem die op het  linker en rechter oor wordt aangeboden of door de botvibrator midden op het voorhoofd te plaatsen en vast te stellen waar het subject de tonen waarneemt.

De spa­tiali­satie, ofwel de ruimtelijke oriëntatie, wordt gemeten door na te gaan of een geluid dat links of rechts aangeboden wordt ook links dan wel rechts wordt gehoord. Verwisselingen staan aangegeven in het voorbeeld van figuur 5. Mogelijke aanvullende testen, naast de anamnese be­treffen links- en rechtshandigheid, het zien, etc.

Twee luistertesten staan afgebeeld in figuur 5, voor (bovenste curven) en na een groot deel van de therapie (onder), van een 5-jarig autistisch jongetje. De zeer hoge botgeleiding, vooral in het begin, is typisch voor een autist. De verbetering na de behandeling is spectaculair, hoewel de botgeleiding nog steeds wat te hoog is. Dit geval wordt verderop besproken bij de “Brain Mapping”.

De resultaten van deze testen worden geanalyseerd door een erkende consul­tant die een opleiding heeft gevolgd bij Tomatis persoonlijk of tegenwoordig bij het Mozart Brain Lab te ST-Truiden, België. Hierbij worden de volgende aspecten in combinatie geanalyseerd, waarbij zowel fysieke als psychologische factoren een rol spelen.

  • De vorm van de curven als geheel. Hierbij kan men globaal 4 typen onderscheiden: (i) Het fysieke type met een dalende curve, waarbij de lage tonen sterker doorkomen dan de hogere. Er is een afname in het communicatie en het creatieve gebied. De afname met frequentie in het lichamelijke gebied i.p.v. een toename betekent verlies aan energie waardoor communicatie, creativiteit en spiritualiteit nog eens extra gehinderd worden. Dit gaat meestal gepaard met depressiviteit, dat in ernstige gevallen alleen behandeld mag worden met deskundige psychiatrische begeleiding. (ii) Het rationele type met een maximum in het midden frequentiegebied. Door te geringe gevoeligheid voor lage en hoge tonen ontbreekt het zowel aan een eigen lichaamsbeeld als aan creativiteit. Men is sterk in de communicatie, maar zonder veel diepgang. Dit type valt op door dominant gedrag en kan de vorm aannemen van paranoïde. (iii) Het intuïtieve type vertoont een stijgende curve met een maximum aan hoge tonen. Het ontbreekt aan een lichaamsbeeld en aan communicatie. Deze personen leven in een eigen, vaak spirituele, wereld en staan niet met de benen op de grond. Een ernstige vorm is schizofrenie en kan leiden tot suïcidale neigingen dat ook alleen behandeld kan worden in samenwerking met een deskundige in de reguliere gezondheidszorg. (iv) Het vlakke luistertype met een vlakke curve. Dit type ontbeert de spanning van de ideale curve waardoor de energiestroom van lichaam via communicatie naar de geest slecht is. De luisterkwaliteit is slecht, dus geen communicatie, geen initiatief, wars van ideeën, kortom lusteloos.
  • De bot – t.o.v. de luchtgeleiding; waarbij de botgeleiding een indicatie is voor het gericht zijn op jezelf, ofwel het innerlijke luisteren, en de luchtgeleiding voor de communicatie naar buiten, ofwel het luisteren naar de wereld om ons heen. De luchtgeleiding moet zich net boven de botgeleiding bevinden (Tomatis ijking) om een goede controle te hebben naar buiten toe over onze eigen beleving.
  • De lage tonen tot 1000 Hz.; die indicatief zijn voor de lichaamshou­ding en de motoriek. Hier manifesteert zich ons lichaamsbeeld, maar ook ons “onbewuste”. Voor stem en muziek manifesteert zich hier het ritme.
  • De middentonen van 1000 tot 3000 Hz.; die essentieel zijn voor de taal en de communicatie. Hier manifesteert het (Freudiaanse) “ego”, dat bij het rationele type zo’n belangrijke rol speelt. Dit is ook het gebied van controle over stem en muziek
  • De hoge tonen boven 3000 Hz.; die belangrijk zijn voor spiritualiteit, ­­creativiteit en intuïtie, ofwel hier zetelt het “superego”. Door de boventonen, die zich voornamelijk in dit frequentiebereik bevinden wordt hier de kwaliteit of klankkleur van stem en muziek bepaald.
  • Rechter t.o.v. linker oor; waarbij rechts (dus linker hemisfeer) indicatief is voor de rationaliteit, verbaliteit, het heden en de relatie met vader. Het linker oor, daarentegen, is indicatief voor emotionaliteit, voorstellingsvermogen, oriëntatie in ruimte en tijd, het verleden en de relatie tot moeder. Het linker oor is het “langzame” oor en kan ook beschermend werken tegen ongewilde signalen van buiten.
  • De selectiviteit; waarbij een gesloten selec­ti­viteit (geen toonhoogten scherp kunnen onderscheiden) duidt op afscher­ming voor de invloe­den van buitenaf. Behalve een slechte communicatie is dit tevens een zelfbescherming. Het openen van de gesloten selectiviteit bij jonge kinderen vindt normaal gesproken rond het 6e jaar plaats.
  • De lateralisatie; waarbij links of niet gelateraliseerd zijn, duidt op vertraagde perceptie en reactie alsmede op ver­scherping van de proble­men. Het linker oor is het “langzame” oor en kan ook beschermend werken tegen ongewilde signalen van buiten. De omslag van linker oor naar rechts vindt normaal gesproken rond het 10e jaar plaats.
  • De spatialisatie; waarbij spatialisatiefou­ten duiden op oriëntatiepro­blemen en verwar­ring, met name tussen emotionele en rationele gewaarwordingen.
  • De fysieke indicatoren. Door de resonanties van het geluid in het lichaam zullen de hoge tonen vooral het hoofd aanspreken, de middentonen de borst en buik en de lage tonen het onderlichaam. Tomatis heeft proefondervindelijk de relatie vastgesteld tussen pieken bij bepaalde frequenties en fysieke mankementen bij organen of rug. Zo is bijvoorbeeld een piek bij 1000 Hz. in de botgeleiding (binnenwereld) met een gladde luchtcurve indicatief voor een maagprobleem.
  • Onregelmatigheden in de curven; deze kunnen duiden op zowel fysieke gebreken (zie hierboven) als op psychologische problemen. In dit laatste geval duidt een piek op overreactie, een te overdadige energie of accent, dus altijd op een spanningsveld. Een dal in de curve (ook wel scotoma genaamd) is een wegvallen van de luistergevoeligheid, dus een zwakte, een tekort, dat vaak om een compensatie vraagt. Een significant voorbeeld is een scotoma in het midden frequentiegebied, dat indicatief is voor dyslexie, communicatieproblemen, taalontwikkelingsstoornissen en dat vaak samengaat met een gesloten selectiviteit.

Het zal duidelijk zijn dat een goede interpretatie van de luistercurve cruciaal is voor een correcte therapie en ook zeer waardevol voor het inzicht van de patiënt in zijn eigen probleem en voor het vertrouwen in de therapeut. Het vereist echter een grote ervaring om alle bovengenoemde factoren op de juiste wijze te combineren, met de wetenschap dat ieder mens uniek is en er geen vaste blauwdrukken bestaan.

De uitslag van dit onderzoek is uiteraard sterk bepalend voor het programma van de individuele Luistertherapie.

Individuele Luistertherapie

De basis van het klankmateriaal is overwegend muziek van Mozart. Er worden ook Gregoriaanse gezangen en voor jonge mensen de moederstem gebruikt, en er wordt afgesloten met de eigen stem. Het geluid wordt speciaal bewerkt en op toonhoogten gefilterd door het “elektronisch oor”, dat door Tomatis zelf is ontworpen en in het Mozart Brain Lab is verbeterd tot “Brain Activator”. Mozart muziek is rijk aan hoge frequenties en heeft een hoog ritme, dat een stimulerende werking heeft en energie geeft.

Het opnieuw opbouwen van de luisterkwaliteit gebeurt door tijdens de luistersessies langzaam de lage tonen weg te filteren, om te eindigen boven de 8000 Hz. Na enige tijd wordt de filtering weer langzaam verwijderd, dus worden daarbij alle tonen weer hoorbaar. Voor de fase met hoge tonen is, als basisgeluid voor jonge mensen, de moederstem aan te bevelen. Daarvoor moet geluidstechnisch een goede opname worden gemaakt. Zoals in deel I betoogd is de behandeling met de moederstem als het ware een terugkeer naar die allereerste ontwikkelingsfase –van de foetus ofwel de binnenwereld– en zeer effectief om de luisterontwikkeling opnieuw en versneld te herbeleven met als einddoel een optimaal functioneren in de buitenwereld. Daarom volgt er nog een actieve (taal) fase, waarin de persoon in de microfoon woorden nazegt, leest of zingt. Er wordt dan naar de eigen stem geluisterd, die door het elektronische oor bewerkt is. Behalve de koptelefoon op de oren is ook altijd een vibrator actief op de schedel om de botge­leiding te activeren en dat in juiste relatie tot de luchtge­leiding, welke enigszins vertraagd wordt.

Er bestaan een aantal programma’s voor gedrags-, communicatie- en leerproblemen alsmede voor taalintegratie. In alle gevallen vinden kleine of grote aanpassingen plaats op grond van de individuele luistertests. Deze individuele behandeling is essentieel om direct te kunnen reageren op het gedrag van de patiënt met apparatuur aanpassingen.

De opbouw van de therapie bestaat uit luistersessies van een half uur, bij voorkeur vier achter elkaar (2 uur) op een dag of bij intensieve therapie meer sessies, tot 9 toe, met tussenpauzes. Dit herhaalt zich in het eerste blok van 8 tot 15 dagen. Daarna volgen blokken van 4 tot 8 dagen met rustperioden vanaf 4 weken. Het eerste blok wordt afgesloten met een luistertest en alle andere blokken wordt er mee begonnen.

Een behandelprogramma kent meestal een passieve en een actieve fase.

Passieve fase

Hierbij wordt Mozart en Gregoriaanse muziek beluisterd met instellingen die specifiek zijn voor de persoon en het probleem. Na een korte tijd worden met een filter lage tonen weggenomen tot 8000 Hz, waarna enige tijd naar deze hooggefilterde muziek wordt geluisterd. Aan het eind van deze fase wordt de filter weer langzaam verwijderd en keert de gewone klank terug, de “klankgeboorte”. Ook verschuift de balans van het geluid dan meestal langzaam van het  linker naar het rechter oor, om de lateralisatie naar rechts te bevorderen. Alle veranderingen in de therapie zijn gebaseerd op waarnemingen van het gedrag en op de afgenomen luistertests.

Actieve fase

Hierbij wordt muziek afgewisseld met lezen, woorden nazeggen of Gregoriaans nazingen. Dit betekent luisteren naar tekst, melodieën, vogelzang, woorden nazeggen, lezen of zingen voor de  micro­foon en gefilterd terughoren, voor lezen boven de 2000 Hz. In een afsluitende fase wordt de taal geïntensiveerd om de communicatie met de buitenwereld te bevorderen. Eenvoudige problemen kunnen meestal behandeld worden met ca. 120 sessies (3 blokken in ca. 3 maanden), terwijl hardnekkige problemen meer blokken zullen vereisen.

Het is van belang dat ook de moeder of vader met een kind (gratis) meeluistert zodat ze kan volgen wat er gebeurt en zo de saamhorigheid met hun kind te versterken.

Aanvullende mogelijkheden: Taalintegratie.

Het blijkt dat voor iedere taal een frequentiekarakteristiek vastgesteld kan worden die gemiddeld is over alle klanken, zowel klinkers als medeklin­kers of fonemen. Zo heeft het Engels bijvoorbeeld verschillende accenten voor de medeklinkers (t, th, s, z) en benadrukt daarmee het belang van de hoge tonen (2000-12000 Hz.). In onderstaande figuur 6 zijn deze gemiddelde karakteristieken in beeld gebracht. In deze grafieken geeft de verticale schaal een relatieve maat voor de intensiteit van het geluid en de horizontale schaal de frequentie. We zien dat het Frans veel klanken gebruikt in twee beperkte gebieden. 

Het Duits bestrijkt een breder gebied. De Nederlandse taal benut ook een breed gebied. Nederlanders leren relatief gemakkelijk een vreemde taal. Behalve deze frequentieverschillen zijn er ook temporale verschil­len. De Tomatis methode is in dit geval erop gericht om de specifieke frequenties en temporale karakteris­tieken van een taal via filters en vertragingen te benutten. Het oor wordt dan voor een bepaalde taal getraind en dus gevoeli­ger gemaakt. Er zijn voor iedere taal banden beschikbaar die ingespro­ken zijn door personen met die moedertaal. Het meest effectief is om eerst een aantal taalses­sies te volgen en daarna de talenstudie op te pakken.

Elektronische apparatuur voor de Auditory Brain Stimulation therapie

De apparatuur bestaat uit een “elektronische oor” of “Brain Activator die aansluitingen heeft voor een microfoon en koptelefoons met schedelvibrator. Deze wordt gevoed door een cassetterecorder, Cd speler of andere recorders, De cassette tapes of Cd’s zijn speciaal opgenomen met geselecteerde muziek met of zonder filtering of verdichting.

Het “elektronische oor” is een uitvinding van Tomatis, waarbij het geluid ongefilterd of gefilterd met een instelbare ondergrens op frequentie wordt doorgelaten. De instelbare filter kan per band vast blijven, of langzaam variëren op- of aflopend naar of van een bepaalde frequentie (meestal is dit 8000 Hz.). Een bijzondere eigenschap is de geleiding van het geluid door een passief en actief elektronisch kanaal. In het passieve kanaal worden de lage tonen versterkt en de hoge tonen verzwakt. In het actieve kanaal worden, juist omgekeerd, de hoge tonen versterkt en de lage ver­zwakt. Het actieve kanaal geeft dus extra stimulatie, terwijl het passieve kanaal rust geeft. De wisseling tussen het actieve en passieve kanaal vindt altijd regelmatig plaats gedurende de sessies van een half uur en is gebonden aan een instelbare intensiteitdrempel (geluidssterkte). Doordat de muziek regelmatig varieert in geluidssterkte, wordt regelmatig over deze drempel heen en weer gesprongen, zodat men afwisselend gestimuleerd wordt — met luide muziek en hoge tonen– en rust krijgt — met zachte muziek en lage tonen–. Hierbij wordt tevens een onderscheid gemaakt tussen bot – en luchtgelei­ding. De botge­leiding is sneller en maakt het oor als het ware gereed voor luisteren via de luchtgeleiding. Hierbij wordt de latentieperio­de ingesteld; dat is de tijd die verstrijkt tussen het geluidssignaal dat waargenomen wordt via de botgeleiding en dat via de luchtgeleiding. Het elektronische oor simuleert zo de werking van het menselijke oor en zal daarop corrigerend werken.

Wat is nu het resultaat van dit complexe proces? Bij juiste afstelling van het apparaat zullen regelmatig en afwisselend passieve en actieve momenten van kortere of langere duur elkaar afwisselen. Tijdens de passieve momenten (lage tonen) ontspant men zich en ontspant ook het trommelvlies. Tijdens de  actieve momenten (hoge tonen) spant het zich. Dit resul­teert o.a. in een soort massage van het oor en vooral van de antagonisti­sche spiertjes, ofwel een osteomusculaire gymnastiek. Bovendien worden andere processen, zoals het activeren van de corticellen, de zenuwbanen en stimulatie van de hersenen, regelmatig afgewisseld met kleine rustperio­den.

Algemene verbeteringen door de Auditory Brain Stimulation therapie

De Luistertherapie verbetert het gehoor en het luisteren en daardoor zowel fysieke klachten alsmede de communicatie, de concentratie, het leervermogen, de spraak, taal, lezen, schrijven en het algemene gedrag. Opmerkelijk is ook dat de houding verbetert, beter rechtop lopen, opener naar de wereld staan en communicatiever worden. Kunnen zeggen wat je wilt zeggen. De Luistertherapie verbetert het algemeen functioneren en brengt meer evenwicht en harmonie. Daarbij heeft het een positieve invloed op zowel psychische als lichamelijke klachten.

De behandeling wordt meestal gestopt als de luistercurve zich stabiliseert en de actieve fase is afgewerkt, ook al is de ideale curve niet bereikt. Wel dient de selectiviteit bij kinderen vanaf 10 jaar geopend te zijn en de auditieve lateralisatie mogelijkerwijs rechts, met een correcte spatiali­sa­tie.

Zulke resultaten zijn in de meeste gevallen behaald, waarbij vrijwel altijd sprake was van een verbeterde houding. Ook klinkt de stem harmonieuzer en is het sociale gedrag verbeterd met betere communicatie. De statistiek van meer dan 25.000 goed behandelde patiënten over de hele wereld laat zien dat in ca. 80% van de gevallen er blijvende verbeteringen zijn.

Bij taalinte­gra­tie zal door speciale filters de gevoeligheid voor de taaleigen frequenties toenemen. Bij leerproblemen zullen op iets langere termijn na de eerste blokken in de therapie verbeteringen merkbaar worden doordat het luisteren, de taalgevoeligheid en de concentratie verbeterd zijn. De spraak zal verbeteren als gevolg van de toegenomen auditieve kwaliteiten. Wat men mag verwachten is een betere ontwikkeling van de, in aanleg aanwezig zijnde mogelijkheden. Wat men niet mag verwachten is een wonder of een verbetering van medisch (wellicht) onherstelbare defecten, waarvoor men naar een KNO arts of audioloog wordt verwezen.

III. Wetenschappelijk Onderzoek

Neurologische onderzoekingen

Uit de vele publicaties van de 80-er en 90-er jaren blijkt onomstotelijk de relatie tussen leer -, taal – en spraakproblemen met het gehoor. Dit volgt uit de EEG metingen op groepen proefpersonen met en zonder die stoornissen. De gemeten AEP (“Auditive Evoked Potential”) wijst op een verminderde activiteit van de linker hemisfeer bij de groep met stoornissen t.o.v normale subjecten. Problemen ontstaan vooral bij stemloze medeklinkers waarvan de frequenties dicht bij elkaar liggen en met een korte (40 ms) tijdsduur (ka, da, ta, pa, ba), in het frequentiegebied 300-3000 Hz) .

Dichotische testen zijn bekend, waarbij de twee oren verschillende klanken worden aangeboden. Het rechter oor blijkt dominant te zijn, vooral bij korte tijden. Geconcludeerd wordt dat de linker hemisfeer vooral is ingesteld op de snelle verwerking van fonologische en linguïstische processen. Bij snel wisselende stimuli wordt vooral de linker frontale cortex bij het centrum van Broca geactiveerd. Deze auditieve lateralisatie werd sterker gevonden bij mannen dan bij vrouwen, hetgeen waarschijnlijk de reden is dat meer dyslexie bij jongens dan bij meisjes voorkomt. Bij dit soort stoornissen vertoont de fonemische (klankeenheid) neurale representatie mankementen. Kinderen met spraakstoornissen en dyslexie hebben vooral problemen met snel wisselende klanken, veroorzaakt door de verminderde activiteit van de linker hemisfeer.

Er zijn beschrijvingen van temporale akoestische trainingen, die grote verbeteringen aanbrengen. Van belang is te beginnen met hoge tonen en lange tijdsduur, dus met de sisklanken (s, z, f, v, frequentiegebied 2000-10000 Hz). Deze zijn gemakkelijker te onderscheiden dan de stemloze consonanten (medeklinkers). De voorgestelde strategie is om eerst de klankanalyse sterker te ontwikkelen en daarna pas woorden als geheel waar te nemen. Als het spraakgebied sneller reageert, mede door training van het rechter oor, kan in een latere fase de therapie uitgebreid worden met lage tonen. Met het rechter oor wordt de linker hemisfeer getraind op hogere snelheid en afnemende frequentieverschillen. Hiermee werden betere resultaten gerapporteerd dan met klassieke logopedie verkregen werd.

Onderzoek is gedaan naar spraakontwikkelingsstoornissen en naar lees-, schrijf – en spelproblemen. Bij stemloze consonanten bleek de belangrijke linker hemisfeer gestoord te zijn. Men constateerde bij dyslectici en spraakgestoorden een pathologische (zieke of slecht functionerende) temporale linker hemisfeer.

Microscopisch onderzoek naar dyslexie en afasie (onvermogen tot spreken) toonde aan dat hersenweefsel in het laterale corpus geniculatum (sensorisch schakelstation in de Thalamus) minder geordend is en dat de cellen meestal kleiner zijn dan bij normale subjecten. Dit kan de langzamere visuele verwerking veroorzaken. Ook werd een minder actieve linker hemisfeer geconstateerd. Als oorzaak hiervoor wordt een gestoorde sensorische (auditieve) input in de eerste ontwikkelingsfasen van het kind genoemd.

Het is interessant dat bovenstaande wetenschappelijke neurologische onderzoekingen de stellingen van Tomatis uit de 60-er jaren bevestigen. Bovendien lijken de akoestische behandelingen uit de 80-er en 90-er jaren met hun resultaten sterke overeenkomsten te vertonen met die van Tomatis, decennia daarvoor geïntroduceerd, en die nu in sterk verbeterde vorm alom worden toegepast.

Brain-mapping

De neuroloog Van den Bergh introduceerde: “Brain-maps” in het behandelcentrum Atlantis te ST-Truiden, die verschillende locaties met verschillende soorten van hersenactiviteiten (hersenfuncties) duidelijk zichtbaar maken. De meting is gebaseerd op een willekeurige achtergrond EEG met 20 elektroden op de schedel. De auditieve stimuli worden aangeboden als tonen met een koptelefoon. Onmiddellijk volgend op deze stimuli worden in het milliseconde gebied de AEP’s gemeten. Het verschil met het klassieke EEG is dat er kwantitatief gemeten wordt zodat de potentiaalwaarden in kaart kunnen worden gebracht. Metingen in de rusttoestand geven aanwijzingen of er sprake is van ontwikkelingsstoornissen, epilepsie of andere hersenafwijkingen. Er wordt vooral gespecialiseerd op activiteiten in het hersenbereik die in verband staan met de centrale auditieve waarneming, dus op het bovenste deel van de temporale cortex. Naast de Brain Maps worden ook de AEP’s als functie van de tijd gemeten na afgegeven stimuli. De grafieken vertonen een aantal complexen in  het gebied van enkele tientallen milliseconden, rond de 100, 200 en 300 ms. Zij zijn allen karakteristiek voor bepaalde waarnemingsaspecten en afwijkingen van het normale patroon, die geïnterpreteerd kunnen worden als specifieke pathologische toestanden. De Brain Maps worden gemeten voor langzame (delta en theta) golven tot de snelle golven (alfa en bèta). Dit geeft inzicht in de diverse functioneringsproblemen, zoals b.v. concentratie en alertheid via de alfa golven.

De analyse richt zich o.a. op het primaire auditieve hersenbereik, dat een negatieve elektrische impuls genereert, 100 ms na de stimulus. Meer complexe aspecten van het geluid worden waargenomen in het secundaire auditieve centrum, dat rond de 200 ms het zogenaamde T(emporaal)-complex aan elektrische signalen genereert.

Zowel de primaire als de secundaire auditieve activiteiten worden het sterkst gemeten boven op de schedel, omdat zij gelokaliseerd zijn in het bovenste, respectievelijk het buitenste, deel van de temporale cortex. Bij normale subjecten zal een toon, die op het linker oor wordt aangeboden, verwerkt worden in het rechter primaire auditieve bereik; dus rechts een sterker T-complex vertonen dan links. Bij spraakontwikkelingsstoornissen, dyslexie, etc, is dit meestal omgekeerd.

In figuur 7 worden de AEP grafieken voor het T-complex en de bijbehorende Brain Maps (voor delta golven) gegeven van een 5 jarig autistisch jongetje met taalontwikkelingsstoornissen. Voor de therapie is, bij stimuli op het linker oor, het linker T-complex veel sterker dan het rechter. Ook is in de Brain Map te zien dat de linker elektrisch (negatieve potentiaal) hersenactiviteit veel sterker is dan de rechter. Na een groot deel van de APF therapie te ST-Truiden van één maal 12 dagen en 5 maal 5 dagen is het rechter T-complex zelfs wat sterker geworden en de hersenactiviteit vrijwel symmetrisch, zoals normaal. Deze resultaten zijn consistent met de Luistertesten uit figuur 5. De jongen is rustiger en geconcentreerder geworden, praat vloeiender, minder agressief en is wakkerder en opener.

Een artikel in een officieel wetenschappelijk tijdschrift is verschenen in Journal of Neurotherapy, Vol 11, issue 4, 2008, p 37-49

Tomatis  luistertherapie (TLT) en Neurofeedback Training (NFT): een vergelijking

In een drietal heldere artikelen hebben Henk en Ineke Peters in het vakblad voor de Natuurgeneeskundige (nr. 3 en 4, jrg. 3 en nr. 1, jrg. 4) de NFT methode beschreven voor o.a. dezelfde soort problematiek als hier behandeld. Interessant is dat beide methoden gebaseerd zijn op correcties van de hersenfuncties met auditieve signalen, waarbij de NFT methode aanvullend met visuele beelden op een computer-cliënstscherm werkt.

Er is echter  een groot verschil in de diagnostiek.

Bij de NFT methode start men met een eerste meting, een “base line”, vervolgens volgt de therapeut “on-line” de hersenactiviteit en blijft de cliënt individueel volgen en de feedback bijsturen. Na de training volgt weer een baseline, waardoor verschillen kunnen worden waargenomen.

Bij de Tomatis Luistertherapie (TLT), daarentegen, bepaalt men eerst het geheel van zowel de somatische als de psychologische aspecten m.b.v. een luistertest (vergelijkbaar met een audiogram). Op basis van deze persoonlijke uitgebreide diagnostiek wordt een individueel  luister programma opgesteld.

Daarnaast is het grote verschil bij de TLT  het aansturen van de botgeleiding (niet aanwezig in NFT), de geselecteerde frequentiefiltering, intensiteitdiscriminatie bot/lucht en links/rechts en de onderlinge vertragingen op basis van audiotesten. De Brain Maps worden (eventueel) voor en na de therapie opgenomen, terwijl bij de NFT eventueel alleen Q-EEG opnamen gemaakt kunnen worden in gespecialiseerde centra

De NFT methode is interactief waarbij elektroden op de linker en rechter schedeldelen worden aangebracht Correcties op de hersenactiviteit komen tot stand door korte onderbrekingen van de multimediastroom (feedback). Het basismateriaal bestaat uit visuele en auditieve signalen van e.v.t. zelf gekozen DVD schijven., waarbij bepaalde frequentiebanden door de computer automatisch worden geselecteerd in een terugkoppelsysteem.

De hier behandelde Tomatis Luistertherapie (TLT) daarentegen is niet interactief maar wel selectief op geïndiceerde auditieve frequentiegebieden corresponderend met psychische of fysieke pathologische aspecten.

Beide methoden trainen dus het centrale zenuwstelsel, zij het op verschillende wijze.

Er is ook een groot verschil in opleiding tot gekwalificeerd consultant. Men kan de NFT methode (zoals besproken in bovengenoemde artikelen) met apparatuur na drie dagen basiscursus m.b.v. computers al uitvoeren.

De licentie en apparatuur voor de TLT methode verkrijgt men pas na 4 weken theoretische en 3 weken praktische opleiding, waarbij een zwaar accent ligt op anatomische, fysiologische, neurologische en pathologische aspecten met uitvoerige interpretaties van het APF onderzoek (luistertesten). Dit verschil is terug te voeren op de geautomatiseerde NFT methode tegen de niet geautomatiseerde TLT methode.

Kwaliteitszorg

Om de APF therapie te kunnen en mogen uitoefenen is een intensieve opleiding noodzakelijk, met nascholing. Momenteel is het Mozart Brain Lab (MBL) te ST-Truiden in België het internationale centrum voor research, studie en opleiding, terwijl voor Nederland dat in Gorinchem is gevestigd, i.s.m. de andere twee centra in Nederland en het MBL. Deze opleiding bestaat uit een theoretisch gedeelte en praktische stages bij erkende centra, die bij het MBL zijn aangesloten. De opleiding wordt afgesloten met een examen en een kwaliteitscertificaat, waarmee tevens een licentie voor de apparatuur wordt verkregen. Na deze basisopleiding zorgt het MBL voor bevordering van deskundigheid en kwaliteitsbewaking door middel van bijscholingen, workshops, seminaria en congressen.  

zie ook:

www.mozart-brain-lab.com

en in:

Pierre Sollier, “Listening for Wellness”, ISBN 0-9763639-0-9 (excellent boek! “The American award” door de “Independent Publisher”als beste boek gepubliceerd in 2005 op het gebied van de psychologie en gezondheidszorg)